Visie

De Stichting Onderwijs Primair heeft een GMR ingesteld bij de oprichting van de stichting (Artikel 14 WMO). Het is het orgaan voor advies- en instemmingsrecht over bovenschoolse zaken. Het is de bedoeling dat de GMR alleen onderwerpen behandelt die voor de scholen van gemeenschappelijk (schooloverstijgend) belang zijn. De GMR is het inspraakorgaan dat met het bestuur en de algemeen directeur contact heeft. De GMR en MR werken aanvullend. De advies – en instemmingrechten zijn overeenkomstig de taken van het bestuur en de algemeen directeur. De primaire gesprekspartner van de GMR is de algemeen directeur. De GMR bestaat uit 16 leden (een lid per school). Per school zal er tevens een plaatsvervangend lid zijn. In verband met de wettelijke verplichting tot een gelijk aantal leden uit de personeels- en oudergeleding, bestaat de raad uit ouders en onderwijspersoneel. Uit hun midden hebben zij een voorzitter/secretaris gekozen de heer L. van Bergen.

De Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) is op 1 augustus 2007 in werking getreden. Deze wet beoogt de medezeggenschap te regelen van alle bij het schoolgebeuren betrokkenen: de personeelsleden, ouders en in het voortgezet onderwijs de leerlingen. In het medezeggenschapsreglement staat de nadere officiële uitwerking van de bevoegdheden omschreven. In het huishoudelijke reglement van de raad zijn de praktische onderlinge afspraken vastgelegd.

De GMR komt ongeveer 7 keer per jaar bijeen. Gespreksonderwerpen zijn o.a. kwaliteitszorg, inspectiebeoordelingen, financiën en nieuw beleid.

De artikelen 21 t/m 24 van het medezeggenschapsreglement geven een overzicht van de taken en bevoegdheden van de GMR:

Medezeggenschapsreglement GMR Onderwijs Primair